Vrijwel geen enkel 3D geprint object is massief. De binnenkant wordt gevuld met een patroon, de infill, en dat patroon bepaalt mede de sterkte, het gewicht en de printtijd. De juiste instelling hangt af van het gebruik.
Wat is infill?
Infill is de interne structuur van een 3D print. De buitenwand (perimeters) omsluit een ruimte die gedeeltelijk of volledig gevuld wordt met een geometrisch patroon. Het percentage geeft aan welk deel van de binnenkant gevuld is: 20% infill betekent dat een vijfde van het interne volume uit materiaal bestaat, de rest is lucht.
Meer infill betekent meer materiaal, meer gewicht, meer printtijd en meer sterkte, maar het verband is niet lineair. De meeste sterkte zit in de buitenwanden, niet in de infill.
Percentages in de praktijk
5–15%, decoratief of lichtgewicht Voor objecten die geen krachten hoeven op te vangen: vazen, decoratiestukken, displays. Minimaal materiaalgebruik, snelle printtijd.
20–40%, standaard functioneel De meeste prints die een beperkte belasting moeten doorstaan. Clips, houders, beugels die niet zwaar belast worden. Goed evenwicht tussen sterkte, gewicht en printtijd.
50–80%, hogere belasting Onderdelen die regelmatig krachten of impacten opvangen. Tandwielen, mechanische verbindingen, handgrepen.
80–100%, maximale sterkte Zelden nodig. Uitsluitend als het object echt massief moet zijn: draaiende onderdelen met kleine wanddikte of geometrieën waarbij normale instellingen onvoldoende zijn.
Patronen: niet alle infill is gelijk
Het patroon bepaalt hoe de sterkte verdeeld is en hoe efficiënt het materiaal gebruikt wordt.
Gyroïde: Een golvend driedimensionaal patroon dat uniform sterk is in alle richtingen. Goede keuze voor functionele onderdelen die krachten uit meerdere richtingen opvangen. Gebruikt iets meer materiaal dan lineaire patronen maar geeft een betere sterkte-gewichtsverhouding.
Grid / lijnen: Eenvoudig, snel en efficiënt. Sterk in de printrichting, minder in de z-as. Prima voor standaardprints zonder speciale belasting.
Honingraat: Vergelijkbaar met grid maar iets beter bestand tegen laterale krachten. Klassiek patroon dat door veel slicers als standaard wordt aangeboden.
Lightning: Minimale structuur die alleen de bovenwand ondersteunt. Geen constructieve sterkte, uitsluitend voor lichtgewicht objecten zonder belasting.
Cubic / tri-hexagon: Driedimensionale varianten die goede algehele sterkte geven, vergelijkbaar met gyroïde maar iets eenvoudiger van structuur.
Wanden en infill samen
Een veelgemaakte fout is alles op hoge infill zetten terwijl de wanddikte (perimeters) laag blijft. De buitenwanden dragen in de meeste belastingssituaties meer bij aan de sterkte dan de infill.
Voor een sterk onderdeel: verhoog eerst de wanddikte naar 3 of 4 perimeters voordat de infill omhoog gaat. Dit geeft meer sterkte met minder materiaalgebruik dan hoog infill met dunne wanden.
Praktisch advies
- Prototype of decoratief: 15% grid of lightning
- Standaard functioneel (clips, houders): 30–40% gyroïde, 3 wanden
- Belast onderdeel (tandwiel, beugel met trekbelasting): 60% gyroïde, 4 wanden
- Maximaal sterk: 80–100% of volledig massief, 5+ wanden
Twijfel over de instelling? Begin met 40% gyroïde en 3 wanden. Dat dekt de meeste functionele toepassingen zonder onnodig materiaal of printtijd te verspillen.